Geen rubber korrels bij kunstgrasvelden
Geen rubber korrels bij kunstgrasvelden

Groenlinks Medemblik: geen rubberen korrels gebruiken bij vernieuwing van sportvelden.

Bij toekomstige vernieuwing van voetbalvelden wordt er meestal al geen gebruik meer gemaakt van rubberen korrels (granulaat) aangezien er nog onvoldoende is aangetoond dat rubbergranulaat ongevaarlijk is voor de gezondheid. Wij leggen dit graag vast in de regelgeving rondom het vernieuwen van de sportvelden. Vanavond is dan ook een voorstel, mede ontwikkeld door de ChristenUnie en tijdens de raad aangepast door het CDA, aangenomen om bij toekomstige vervanging van kunstgrasvelden de voorkeur te geven aan alternatieve vulmiddelen, zodat het gebruik van rubberen korrels voorkomen kan worden.

Al sinds Zembla in 2016 aan het licht bracht dat er mogelijk grote gezondheids- en milieurisico's zijn bij het gebruik van rubberen korrels op kunstgrasvelden is er grote discussie over het gebruik hiervan. Verschillende onderzoeken van verschillende organisaties spreken elkaar hierin tegen. Een recente studie van SWECO laat zien dat rubbergranulaat op kunstgrasvelden onbedoeld verspreid wordt naar het milieu. Jaarlijks verdwijnt per veld maximaal 400 kg rubbergranulaat in de omgeving van kunstgrasvelden. Dat is gelijk aan het equivalent van ongeveer 50 autobanden. De SWECO-onderzoekers troffen rubberdeeltjes aan in nabijgelegen bermen, in oppervlaktewater en waterbodems.

Het RIVM stelt in juli 2018 nog dat er wel degelijk schadelijke milieueffecten worden geconstateerd. In de periode van 30 januari tot 14 februari 2018 heeft het RIVM in samenwerking met STOWA op zowel de 10 kunstgrasvelden als op de 10 referentievelden monsters genomen en verder onderzoek verricht. In het rapport wordt de conclusie getrokken dat het gebruik van rubbergranulaat op kunstgrasvelden schadelijk kan zijn voor het milieu in de directe omgeving van de velden. Uit de rubberkorrels kunnen stoffen lekken die terechtkomen in de grond om de velden heen (de bermgrond) en in de bagger in sloten. Dat is slecht voor het ecosysteem omdat het de biodiversiteit aantast.

In het onderzoek is de kwaliteit van het milieu rondom kunstgrasvelden met rubbergranulaat van autobanden vergeleken met de milieukwaliteit rondom echte grasvelden. Op diverse locaties overschrijden de concentraties zink, kobalt en minerale olie bij kunstgrasvelden de geldende normen voor bodem en waterbodem (Besluit bodemkwaliteit), terwijl dat bij echte grasvelden niet het geval is. Het milieu is vooral gevoelig voor hoge concentraties zink; voor de mens vormt zink geen gezondheidsrisico. De milieubelasting ontstaat doordat rubbergranulaatkorrels worden meegesleept door mensen of bijvoorbeeld door bladblazers tot enkele meters naast het veld op de bermgrond terechtkomen. Daarnaast lekken stoffen uit rubbergranulaat weg naar het drainagewater: dat is regenwater dat via de sportvelden in de bodem terechtkomt en van daaruit via buizen wordt afgevoerd naar een sloot. In het slootwater worden de concentraties zodanig verdund dat ze geen schade veroorzaken. Wel binden de meeste stoffen zich vervolgens aan deeltjes die neerslaan als bagger op de slootbodem, waarin wel effecten zijn gemeten. Kobalt, zink en minerale olie die uit rubbergranulaat weglekken, kunnen zich ook ophopen in de technische onderlagen van het kunstgrasveld. Vandaaruit kunnen ze zich, op korte of lange termijn, verder verspreiden naar de omgeving. Dat bleek uit onderzoeken van verschillende gemeentes, die het RIVM als onderdeel van deze studie heeft geëvalueerd. De conclusies uit dit onderzoek worden grotendeels bevestigd door een studie van de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA), het kenniscentrum van regionale waterbeheerders in Nederland. Hierin zijn in een deel van de monsters van drainagewater en waterbodem effecten op levende organismen gevonden. Het RIVM beveelt aan om maatregelen te treffen om de verspreiding van rubberkorrels naar de bermgrond te voorkomen en om de uitstoot van stoffen via het drainagewater te beperken.